69th Vuelta a España (2.UWT) Stage 11 » Pamplona › San Miguel de Aralar (153.4k

  • Anonymous avatar

    1(2) CONTADOR AlbertoTinkoff-Saxo36:45:49

    2(3) VALVERDE AlejandroMovistar Team0:27

    3(9) URAN RigobertoOmega Pharma - Quick-Step0:59

    4(4) ANACONA GOMEZ WinnerLampre-Merida1:12

    5(5) FROOME ChristopherTeam Sky1:18

    6(6) RODRÍGUEZ JoaquimTeam Katusha 1:37

    7(13) SÁNCHEZ SamuelBMC Racing Team1:41

    8(7) ARU FabioAstana Pro Team2:27

    9(8) GESINK RobertBelkin-Pro Cycling Team2:38

    10(14) CARUSO DamianoCannondale 2:59

    11(1) QUINTANA NairoMovistar Team3:25

    12(16) KELDERMAN WilcoBelkin-Pro Cycling Team3:29

    13(15) MARTIN DanielGarmin Sharp3:48

    14(11) NIEVE MikelTeam Sky3:50

    15(10) BARGUIL WarrenTeam Giant-Shimano4:11

    http://nos.nl/l/693959

  • Anonymous avatar

    Gisteren was ik in mijn verhaal over mijn ontmoeting met Jean Habets in Schin op Geul in het Zuid-Limburgse heuvelland verzeild geraakt, en dan is Sibbe en de daarbij behorende beklimming er naar toe - de Sibbergrubbe - nooit ver weg. De historische klank van Sibbe en Sibbergrubbe is er in de wielerwereld diep ingesleten. Op je fiets door Sibbe en de Sibbergrubbe op of af je voelt de geschiedenis van de Nederlandse wielersport in al je vezels.

    Het is dan ook niet vreemd dat 2 Zuid Limburgse winnaars van een Vuelta etappe juist in Sibbe woonachtig zijn, t.w. Ger en Jan Harings. Jan Harings nam ooit 1 x deel (in 1967) aan een grote Ronde (de Vuelta) en werd daarin 26 ste en won daarin meteen een ochtend etappe van Sitges naar Barcelona ('s middags won Karstens). Deze Vuelta kende trouwens weer ongekende Nederlandse successen. Er werden maar liefst 9 etappes gewonnen (4 x Karstens, 1 x van der Vleuten, 1 x Nijdam 1 x Jan Janssen en 1 Dolman) en daarnaast was Jan Janssen eindwinnaar met als bonus de puntentrui en tenslotte eindigde Cees Haast ook nog eens als vijfde. Het kon allemaal niet op.

    Broer Ger Harings won in 1971 en 1972 in totaal 3 etappes. In de Vuelta van 1971, die verrassend genoeg werd gewonnen door de Belg Ferdinand Bracke (waar zijn ze gebleven ?) hield ene René Pijnen thuis met maar liefst 3 etappe zeges, en droeg daarnaast ook nog eens 8 dagen de leiderstrui. In mijn herinnering is René Pijnen met Bert Oosterbosch de mooiste stylist van het Nederlandse wielrennen geweest, die jammergenoeg (?) zijn wegcarriere opgaf voor het lucratieve zesdaagse werk wat in die tijd echt nog wat voorstelde (reden ze in die tijd niet gewoon 6 dagen 24 uur per dag achtereen door, en ging de één als de ander op de baan was een uiltje knappen of neemt de herinnering van Cecchini weer eens een loopje met de werkelijkheid ?)

    Zoals het niet vreemd is dat de beste marathonschaatsers uit Noord Holland, Friesland of de Kop van Overijssel met al hun watergebieden komen, zou je toch ook verwachten - dat vanwege het Zuid-Limburgse landschap dat uitnodigt om mooie ritjes te gaan maken - de autochtone bevolking een groot arsenaal aan toprenners zou hebben voortgebracht maar helaas de werkelijkheid is anders. Dat is best wel eens een thema discussie waard. Bij een vluchtige blik door Wikepedia blijkt namelijk dat er maar heel weinig Zuid Limburgse renners de echte top van het wielrennen hebben bereikt. Jazeker Jan Nolten heeft enige naam gemaakt door op de Puy de Dome zij aan zij met Coppi omhoog te fietsen (een van de meest uitgekauwde verhalen uit de Nederlandse wielergeschiedenis), maar ondanks 2 etappe zeges in de Tour en één in de Giro is het palmares van Nolten relatief gezien erg mager gebleven.

    Jo Maas uit Eijsden werd ooit eens 7e in de Tour en 21-ste in de Vuelta maar won nooit iets en heeft abrupt zijn carriere afgebroken (geen zin meer was geloof ik de lezing). De meest succesvolle Zuid-Limburgse renner in mijn ogen is toch wel Jan Lambrichts. Hij werd ooit 8-ste in de Tour van 1939 en derde in de Vuelta van 1946 waarin hij zelfs 2 etappes won. Dat de erelijst van Lambrichts uiteindelijk vrij schamel bleef kan vooral op het conto van de 2e Wereldoorlog worden geschreven, alhoewel bewijzen kun je het nooit. Want op zoek naar verhalen over Zuid Limburgse wielrenners valt me bij hen toch wel vaak enige verongelijktheid op. Zo kwam ik in een artikel over Lambrichts in de Volkskrant van 30 juni 2012 de volgende passage tegen

    "Als ik in 1939 een ploeg had gehad, had ik de Tour kunnen winnen.'De beroemde sportjournalist Joris van den Bergh was dat jaar de ploegleider en in die hoedanigheid niets waard volgens Lambrichs. Na vier ritten

    zou er een kopman worden benoemd. Lambrichs stond op dat moment vierde, maar werd geen kopman. Toen niet en daarna ook niet"

    Lambrichs wist in het interview dat hem 1978 werd afgenomen door de Volkskrant de oorzaak van zo veel minachting. ‘Ze hebben Limburgers altijd onder de grond gestopt. Kijk maar naar de mijnwerkers.’Het werd zelfs zo erg, aldus Lambrichs, dat de ploegmakkers zich tegen hem keerden. Van Schendel, samen met broer Antoon de meest ervaren van het stel, zou in een kopgroep alles hebben gegeven om Lambrichs op achterstand te zetten. ‘Ik zakte die dag naar de negende plaats. En ik wist dat het opzet was.’

    De Zuid Limburger is overigens al dat gefiets van die wieler-recreanten uit de rest van het land meer dan zat. Politiek gezien zijn er zelfs meerdere kleinere Zuid Limburgse gemeentes bezig paal en perk te stellen aan het wieler-toerisme.Al schattend is wel eens berekend dat het economisch voordeel van al die fietstoeristen voor de regio zo'n 100 miljoen euro oplevert. Zo’n 10 procent van het totaal dat in de regio besteed wordt. Door het fietsen is er een redelijke bezetting van accommodaties in moeilijke maanden als maart en april, en september en oktober. Veel fietsers maken er een weekend van en nemen soms partner en kinderen mee.” Maar de Zuid Limburger lijkt tegenwoordig de vleesgeworden mopperkont. In die verongelijktheid zou m.i. ook wel eens het gebrek aan mentale weerbaarheid van de sportende Zuid-Limburger gelegen kunnen zijn.

    Maar ik zou Lambrichts tekort doen als ik een andere passage uit dat interview zou weglaten. Want op basis daarvan leek het me een zeer geschikte kerel.

    Zo eigenwijs en individualistisch als Lambrichs in de koers was, zo ingetogen en afstandelijk was hij daarbuiten. Dochter Riet denkt dat het verlegenheid was. ‘Als hij naar wedstrijden ging, bleef vader altijd op de achtergrond. Hij hield er niet van in de belangstelling te staan. Hij praatte ook nooit over vroeger.’In de tweede helft van zijn leven stond Lambrichs bekend als een heer. Hij was vertegenwoordiger van rijwielfabriek Cové in het Limburgse Blerick. Op een racefiets zagen ze hem niet meer. Kromme sturen en ‘renpakjes’, zoals Riet Handels-Lambrichs de wielerkleding typeert, beschouwde hij als grote onzin.Jan Lambrichs maakte zich graag vrolijk om recreanten die kosten noch moeite spaarden om hun idolen te imiteren. Tot op hoge leeftijd reed hij de fietsende recreanten voorbij, op een gewone fiets met een gewoon stuur.

    Hopelijk kan Tom Dumoulin Zuid Limburg als wielermekka weer op de kaart zetten, maar eventueel succes (Gele Trui volgend jaar in Utrecht) van de Maastrichtse lees stadse afkomst van mooie Tom zal de gemiddelde Zuid Limburger uit al die kerkdorpen van Noorbeek tot Eperheijde vermoedelijk weinig doen.

    Tussen alle oorlogsperikelen door was er uiteraard ook wel tijd voor afwisseling en vertier. In het nabij gelegen dorpje Bunde werd wielrenner Jan Lambrichs gehuldigd voor zijn goede prestatie in de Tour de France. De militairen kregen toestemming om tijdens hun verlof deel te nemen aan de feestelijkheden. En uiteraard om ook zich samen met de ‘wielerheld’ op de ‘gevoelige plaat’ te laten vereeuwigen.

    Jan Lambrichs (1915-1990) reed in 1939 voor de Franse wielerploeg ‘Helyett’ en werd geselecteerd voor de Tour de France. Met een achtste plek in het eindklassement was hij de eerste Nederlander die in de top tien eindigde. Een ware prestatie!

    (uit het stamboomonderzoek van ene familie Keijdener)

  • Anonymous avatar

    ochtend- en middagetappe…laten we dat ook maar weer 's invoeren :)

    gr Ton DUK

  • Anonymous avatar

    Ton duk om 8:00 uur al aan de drank.:)o

  • Anonymous avatar

    'La Vuelta 2014' is vandaag halverwege en de eerste vermoeienissen komen wellicht boven bij een aantal renners. Zij zullen het dan ook vandaag weer zwaar krijgen, want de organisatie heeft opnieuw een rit uitgetekend die eindigt met een beklimming van een col van eerste categorie, de Alto San Miguel de Aralar.

    Gelukkig is de rit niet heel lang, slechts 153,4 kilometer. Voor de start zijn de renners verder naar het noorden getrokken en intussen aangekomen in Pamplona, de hoofdstad van de regio Navarra en vooral bekend door de jaarlijkse stierenrennen. De San Ferminfeesten zijn dit jaar gelukkig al achter de rug, waardoor de renners na de start, om tien voor half twee, veilig door de straten van Pamplona kunnen rijden.

    In het eerste uur loopt de route zuidwaarts naar Tafalla, zonder noemenswaardige obstakels. Daarna volgt een lus van 27 kilometer ten oosten van deze stad en bij terugkeer in Tafalla mag er gesprint worden bij de eerste tussensprint van de dag. Het vervolg speelt zich weer in noordelijke richting af. Via Larraga en Osteiza bereiken de renenrs Estalla waar de tweede tussensprint plaatsvindt.

    Zes kilometer later begint de eerste klim van de dag, de Puerto de Lizarraga. Deze achttien kilometer lange klim is eigenlijk een klim in twee gedeeltes. In de eerste zes kilometer stijgt de weg aan gemiddeld 4,5 procent. Daarna volgt een min of meer vlak tussenstuk en pas in de laatste twee kilometer gaat het weer aan zes procent omhoog.

    Na een korte, technische afdaling naar Echarri-Aranaz, geboorteplaats van vorig jaar met wielrennen gestopte Egoi Martinez, moeten er nog negen kilometers afgelegd worden tot aan de voet van de laatste beklimming. In Uharte-Arakil steken de renners de gelijknamige rivier (Arakil) over en draaien ze linksaf de Camino de San Miguel op.

    In de laatste tien kilometer van deze etappe moeten er nog 750 hoogtemeters overwonnen worden, 7,5% gemiddeld dus. Maar wel met sterk wisselende percentages. De Alto San Miguel de Aralar kent stukken van 4 à 5 procent maar ook stukken van meer dan tien procent. Het steilste stuk bevindt zich zo'n twee kilometer onder de top. Een aanval op de leider zou hier kunnen worden ingezet.

    Uiteindelijk is de finishlijn getrokken voor de ingang van het eeuwenoude heiligdom San Miguel de Aralar. De winnaar zal misschien een extra kruisje slaan als hij rond kwart voor zes de top bereikt. De mindere goden prevelen wellicht een schietgebedje voor hulp tijdens de beklimming. Opdat ze tijdig de streep passeren en morgen weer van start mogen in de twaalfde etappe.

  • Anonymous avatar

    mooi stukje keukentafelsociologie Cecchini, ga zo door …

  • Anonymous avatar

    Onderzoek gisteren toonde aan dat Quintana geen relevante blessures bij zijn val heeft opgelopen.

    Danzij de bijna perfecte koprol, waarmee hij het asfalt raakte. Die kan zo in de cursus “hoe te handelen bij een val voorover”.

    Of zijn lichaam door de klap toch veel schade heeft opgelopen zal vandaag al blijken.

    Als hij deze dag goed doorkomt dan lijkt hij, met morgen een relatieve rustdag, nog steeds in staat een belangrijke rol te spelen in deze Vuelta.

    Valverde lijkt op fluweel te zitten. Mits hij Contador kan bijhouden.

  • Anonymous avatar

    De onachtzaamheid van de Spaanse profieltekenaars konden de renners gisteren voelen. Een klim met een stijgingspercentage van 17% stond in het roadbook weggemoffeld in de grove contouren van een vriendelijk ogend stukje wegdek dat geleidelijk iets opliep. Vandaag staat de Aralar op het menu. Volgens Strava begint deze op een hoogte van 461 m en ligt de top op 1231 m, waarbij een lengte van 9,6 km zich over de berg slingert. Voor de rekenaars betekent dit een gemiddeld stijgingspercentage van 8,02% en 770 m hoogteverschil.

    Met de formule van Dr Ferrari en de niet helemaal arbitraire 6 w/kg grens volgt een VAM van 1681 m/h in een tijd van 27'29" . Naar verwachting zal Aru, net als Nibali, de laatste 3 km gebruiken voor z'n eindschot. In het begin van die laatste kilometers ligt een hellend vlak van 14% dat volgt op een aanloopje van amper 3%. Een ideaal scenario voor een herhaling van het vuurwerk op de Montecampione in de voorbije Giro. Ben benieuwd of zijn SRM ditmaal wel bestand is tegen interferentie met Spaanse motoren … Naar schatting zat ie toen dik boven de onwaarschijnlijke 6,5 w/kg gedurende 8 minuten, alsjeblief. Kan Contador dit ook?

  • Anonymous avatar

    Laat ik nou geen keukentafel hebben.

  • Anonymous avatar

    Als je met een kersvers gebroken been hier leider kunt zijn, dan moet die 6,5 een peuleschil zijn, zeg ik als leek.

    Kelderman zal het ongetwijfeld weer moeilijk krijgen.

    Dit is absoluut niet het soort bergetappe dat hem goed ligt.

    Leerzaam derhalve.